Gezaghebber Glenn Thodé van Bonaire heeft het voorstel voor het referendum van 26 maart ter vernietiging voorgedragen bij gouverneur Frits Goedgedrag van de Nederlandse Antillen. Daarmee staat het doorgaan van het referendum op losse schroeven. In de Tweede Kamer wordt met begrip gereageerd op de stap van de gezaghebber, al verschillen de meningen over de noodzaak voor een referendum. De gouverneur heeft dertig dagen de tijd om een beslissing te nemen. Het referendumbesluit zou volgens de gezaghebber 'de toets aan het internationele recht niet doorstaan'. Hij doelt onder meer op het gebrek aan consensus in de Eilandsraad en de uitsluiting van Europese Nederlanders, die na 1 januari 2007 ingezetene zijn geworden van Bonaire. Maar ook de vraagstelling en de datum zijn voor de gezaghebber redenen voor nietigverklaring. Volgens het eilandsbestuur is dat onnodig, omdat de VN-adviezen over het eerste ontwerp zijn verwerkt in de definitieve versie. Consensus was geen harde eis en er is voldoende tijd tot 26 maart voor een goede informatiecampagne, zeggen de bestuurders. Onvolwassen Antillenwoordvoerder Ronald van Raak van de SP-fractie in de Tweede Kamer is groot voorstander van het referendum. Maar hij eist wel een goed georganiseerd referendum. "Ik vind het wel erg gerommel. Waar ik bang voor ben, is dat de mensen op Bonaire denken dat het over hun hoofden wordt geregeld." Hij vindt het 'gedoe' onvolwassen en aantonen dat de bestuurders van Bonaire nog niet klaar zijn voor de toekomst. CDA-woordvoerder Bas Jan van Bochove vindt de stap van de gezaghebber goed voor de democratie. Hij heeft veel reacties gekregen, die duiden op onrust op Bonaire over het referendum. "Een referendum is prima, maar men moet het wel volgens de VN-regels doen." Buiten het Koninkrijk Beide partijen vinden de afgesproken datum van 10 oktober 2010 voor de nieuwe staatkundige status niet heilig. Voor de SP is het belangrijk dat de bevolking zich uitspreekt. De partij wil besluiten over de wetgeving tot die tijd uitstellen. Het CDA wil wel doorgaan met de wetgeving en vindt de keuze in het referendum, een assosciatie met Nederland of het bestaande plan voor integratie, onduidelijk: "Het bestaande plan is ook een vorm van associatie. Voor Nederland zijn het deze afspraken of een positie buiten het Koninkrijk. Er is geen ruimte voor een andere optie."
bron: RNW Redactie Caribiana
|